Als je als huisarts waarneemt of waarnemers inhuurt, heb je met de Wet DBA te maken. Toch weten veel artsen niet precies wat de wet inhoudt, wanneer ze risico lopen en wat de consequenties zijn. In dit artikel leggen we het helder uit — zonder juridisch jargon, maar wel volledig.
Wat is de Wet DBA?
De Wet DBA (Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties) is in 2016 ingevoerd als vervanging van de oude VAR-verklaring. Het doel: voorkomen dat mensen als zelfstandige werken terwijl ze feitelijk in loondienst zijn. Dat heet schijnzelfstandigheid.
Bij schijnzelfstandigheid loopt de opdrachtgever het risico op naheffingen voor loonbelasting en sociale premies. Maar ook de waarnemer kan consequenties ondervinden — denk aan het verlies van ondernemersaftrek en zelfstandigenaftrek.
De kern van de wet is simpel: niet het papierwerk bepaalt of iemand zelfstandig is, maar de feitelijke situatie. Je kunt een prachtig contract hebben waarin staat dat je zelfstandig ondernemer bent. Als de dagelijkse praktijk aantoont dat je feitelijk in loondienst werkt, is dat contract niets waard.
Waarom is de Wet DBA relevant voor huisartsen?
De huisartsensector heeft een unieke structuur. Tachtig procent van de pas afgestudeerde huisartsen begint als ZZP-waarnemer. Dat is geen misbruik van het systeem — het is hoe de sector werkt. Praktijkhouders hebben regelmatig vervanging nodig voor vakanties, ziekte, parttimewerk of onvervulde posities. Waarnemers bieden die flexibiliteit.
Maar precies die structuur maakt de sector kwetsbaar voor Wet DBA-discussies. Want wanneer is een waarnemer echt zelfstandig, en wanneer is het eigenlijk een verkapt dienstverband?
De drie criteria van de Belastingdienst
De Belastingdienst beoordeelt elke werkrelatie aan de hand van drie vragen:
1. Persoonlijke arbeid
Moet jij persoonlijk het werk doen, of mag je je laten vervangen? Als waarnemer kun je je in principe laten vervangen door een andere BIG-geregistreerde huisarts. Dat wijst op zelfstandigheid. In de praktijk gebeurt vervanging zelden, maar de mogelijkheid telt.
Risico-indicator: Als je contractueel verplicht bent het werk zelf te doen en je nooit hebt laten vervangen, is dit punt zwakker.
2. Gezagsverhouding
Bepaal je zelf hoe je het werk uitvoert? Als huisarts heb je professionele autonomie — je stelt je eigen diagnoses, bepaalt je behandelplan en voert consulten op je eigen manier. Een praktijkhouder schrijft niet voor hoe je een consult voert. Dat is een sterk punt voor zelfstandigheid.
Risico-indicator: Als de praktijkhouder bepaalt wanneer je pauze neemt, welke patienten je ziet, hoe je je agenda inricht en je moet deelnemen aan alle teamvergaderingen, lijkt het meer op een gezagsverhouding.
3. Ondernemerschap
Draag je ondernemersrisico? Heb je meerdere opdrachtgevers? Investeer je in je eigen praktijkvoering? Factureer je zelf?
Risico-indicator: Als je maar een opdrachtgever hebt, geen acquisitie doet en geen financieel risico draagt, is het moeilijk vol te houden dat je ondernemer bent.
Wanneer loop je als huisarts concreet risico?
Niet elke waarneming is risicovol. Het gaat om patronen. Hier zijn de situaties die de Belastingdienst als risicovol beschouwt:
Hoog risico: structurele waarneming bij een praktijk
Je werkt al anderhalf jaar drie of vier dagen per week bij dezelfde praktijk. Je hebt een vaste werkplek, een eigen spreekkamer, je staat in het rooster en patienten kennen je als 'hun dokter.' Op papier ben je zelfstandige. In de praktijk ben je ononderscheidbaar van een arts in loondienst.
Dit is het scenario met het hoogste risico. De Belastingdienst kijkt naar de feiten, niet naar het contract. Als het eruit ziet als een dienstverband, ruikt als een dienstverband en functioneert als een dienstverband — dan is het er waarschijnlijk een.
Gemiddeld risico: regelmatige terugkeer bij dezelfde praktijk
Je werkt elke maand een paar dagen bij dezelfde praktijk, al een jaar lang. Je hebt ook andere opdrachtgevers, maar deze praktijk is je grootste klant. Er is geen vast rooster, maar er is wel een patroon.
Dit is een grijs gebied. De werkrelatie heeft kenmerken van zelfstandigheid (wisselende inzet, eigen keuze) maar ook van een vaste relatie (terugkerend patroon, voorspelbare inkomsten). Goede documentatie en meerdere opdrachtgevers verzachten het risico.
Laag risico: incidentele en wisselende waarnemingen
Je neemt waar bij verschillende praktijken. Een dagdienst hier, een weekenddienst daar. Je hebt geen vast patroon bij een specifieke praktijk. Je factureert aan meerdere opdrachtgevers per kwartaal.
Dit is het profiel van een 'echte' zelfstandige. Je draagt ondernemersrisico (geen garantie op werk), je hebt meerdere klanten en je bepaalt zelf waar en wanneer je werkt.
Wie loopt het meeste risico?
De praktijkhouder (opdrachtgever) draagt het grootste financiele risico
Bij een herkwalificatie door de Belastingdienst is het de opdrachtgever — de praktijkhouder — die de naheffing krijgt. Die naheffing omvat:
- Loonbelasting over de gehele periode (met terugwerkende kracht, maximaal vijf jaar)
- Premies werknemersverzekeringen (WW, WIA, ZW)
- Inkomensafhankelijke bijdrage Zvw
Bij een waarnemer die drie dagen per week werkt tegen 100 euro per uur kan de naheffing oplopen tot tienduizenden euro's per jaar. Over meerdere jaren wordt dat een bedrag dat een praktijk ernstig in de problemen kan brengen.
De waarnemer loopt fiscaal risico
Als de werkrelatie wordt geherkwalificeerd, verliest de waarnemer:
- Zelfstandigenaftrek (in 2026 circa 3.750 euro)
- Startersaftrek (als die van toepassing was)
- MKB-winstvrijstelling
Daarnaast kan de Belastingdienst eerder opgevoerde ondernemersaftrek terugvorderen. Dat kan resulteren in een aanslag van duizenden euro's.
Bemiddelingsbureaus en platforms
Als een bureau feitelijk als werkgever functioneert — het bepaalt het tarief, wijst waarnemers toe en betaalt hen uit — kan het bureau worden aangemerkt als werkgever. Na het SMAN-faillissement kijkt de Belastingdienst hier extra naar.
De zachte landing: wat betekent het in 2026?
Sinds 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst weer op schijnzelfstandigheid. Maar de 'zachte landing' is verlengd tot en met 2026. In de praktijk betekent dit:
- Geen boetes, tenzij er sprake is van opzet of grove schuld
- Wel naheffingen en correcties met terugwerkende kracht
- Vanaf 2027 wordt volledige handhaving verwacht, inclusief boetes
De zachte landing is dus geen vrijbrief. Je kunt nu al een naheffing krijgen. Het enige dat je bespaart, is de boete bovenop de naheffing.
Modelovereenkomsten: de klok tikt
De LHV-modelovereenkomsten voor waarneming zijn geldig tot 30 september 2026. Deze overeenkomsten geven een zekere mate van zekerheid: als je werkt volgens de voorwaarden in de modelovereenkomst, neemt de Belastingdienst aan dat er geen sprake is van een dienstverband.
Na 30 september 2026 is die zekerheid er niet meer. De Wet VBAR, die de Wet DBA zou moeten vervangen, is uitgesteld. Of er voor oktober een nieuwe overeenkomst of wettelijk kader ligt, is onzeker.
Wat betekent dat concreet? Na oktober 2026 moet je zelf beoordelen of je werkrelatie voldoet aan de criteria. Je valt terug op de algemene regels. Dat maakt goede documentatie nog belangrijker.
Wat kun je doen? Vijf praktische stappen
1. Werk voor meerdere opdrachtgevers
De vuistregel: minimaal drie verschillende opdrachtgevers per jaar. Hoe meer spreiding, hoe sterker je positie als zelfstandige.
2. Vermijd langdurige, exclusieve relaties
Werk niet langer dan twaalf maanden structureel bij dezelfde praktijk. Als je dat wel doet, overweeg dan een dienstverband — dat is voor beide partijen veiliger.
3. Documenteer alles
Bewaar je overeenkomsten, facturen en een overzicht van waar je hebt gewerkt. Bij een controle is documentatie je eerste verdedigingslinie.
4. Gebruik een modelovereenkomst (zolang het kan)
Tot oktober 2026 bieden de LHV-modellen zekerheid. Maak er gebruik van. Zorg dat je ook daadwerkelijk werkt volgens de voorwaarden die erin staan.
5. Overweeg een platform dat compliance ondersteunt
Op Waarneemr wordt bij elke match automatisch een overeenkomst van opdracht gegenereerd. Alle transacties — data, uren, tarief, opdrachtgever — worden bijgehouden. Dat geeft je een compleet dossier bij een eventuele controle.
Samenvatting: wie moet zich het meeste zorgen maken?
| Situatie | Risiconiveau | Actie | |----------|-------------|-------| | Vaste waarnemer, een praktijk, 3+ dagen/week | Hoog | Overweeg loondienst of beperk duur | | Regelmatig bij dezelfde praktijk, ook andere klanten | Gemiddeld | Documenteer, spreid opdrachtgevers | | Wisselende waarnemingen bij verschillende praktijken | Laag | Bewaar administratie, gebruik modelovereenkomst | | Praktijkhouder met vaste waarnemer | Hoog | Grootste financiele risico bij naheffing | | Praktijkhouder met wisselende waarnemers | Laag | Gebruik modelovereenkomsten |
De Wet DBA is geen reden tot paniek, maar wel een reden tot actie. De huisartsen die nu hun administratie op orde brengen en hun werkrelaties bewust inrichten, zijn straks het best beschermd.
En nee — dit artikel is geen vervanging voor fiscaal advies. Maar het is een stuk beter dan hopen dat het wel goed zit.